Geschiedenis
Home
Nieuws
Geschiedenis
Poezen
Katers
Kastraten
Fotoalbum
Kittens
Shows
Artikelen
Links


Na met katten te zijn opgegroeid en ook steeds huiskatten gehad te hebben kwam begin 1980 de eerste ‘raskat’ in ons huis en dat alles eigenlijk door een heel tragische gebeurtenis. Op dat moment had ik twee katten, de oude zwarte Iwan en de jonge zwart-witte (halve Pers) Otto. Aangezien het risico voor een kat om door een auto te worden overreden ’s nachts groter is dan overdag, hield ik mijn katten ’s nachts liefst binnen. De eerste nacht die Otto, toen ongeveer een jaar oud, in zijn leven buiten bleef, was meteen zijn laatste dag. Hij werd uitgerekend op de verjaardag van mijn man Aike overreden. Mijn verdriet was enorm, want het was een heel speciale en slimme kater met een enorm grote en dikke kop die mij bijna dagelijks cadeau’s bracht in vorm van dode muizen, vogels enz. Omdat verdriet niet nogmaals te moeten beleven, werd er een ren voor de katten achter het huis gebouwd, zodat ze nu in een beschermde omgeving naar buiten konden. Een Karthuizer (toen werd de Blauwe Brits Korthaar nog zo genoemd) had het mij al tijden aangedaan en zo kwam Otto of Catananche in ons huis met een stamboom van Felikat. De fokster haalde mij over om Otto eens te showen en het ‘kattenvirus’ begon aan mijn te knagen. Ik werd lid van Felikat en een blauwe poes kwam erbij om eens een nestje te fokken en zo begon een hobby dat nu al bijna 30 jaar duurt en mij nog steeds boeit. Het ras in huis is hetzelfde gebleven, alleen van blauw is vrij snel zilver en golden shaded geworden. In 1982 zag ik voor het eerst een zilver shaded poes en ik was meteen aan deze variëteit verkocht, ondanks dat deze variëteit toen bij de FIFé – waar Felikat bij aangesloten is – nog niet was erkend. Sindsdien heb ik heel wat generaties in deze kleur gefokt, waar later dan ook nog golden bij kwam. Dat daar ook bijzonder fraaie exemplaren tussen waren, moge blijken uit de grote showsuccessen van door mij gefokte katten  c.q. door anderen via ‘mijn lijnen’ gefokte katten. Behalve de gezondheid en een lief karakter, heeft het type van de kat bij mij altijd de grootste prioriteit. De meeste katten in ons huis zijn wat oudere en heel oude kastraten. Wat de gezondheid betreft is voor mij doorslaggevend het feit dat de katten bijna allen heel oud worden en dat in goede gezondheid. 
Naast het fokken en showen ben ik 16 jaar (1989-2005) lid van de stamboekcommissie van Felikat geweest en zo menig artikel over diverse onderwerpen is door mij geschreven. Begonnen ben ik eigenlijk als steward en daarna was ik vele jaren chiefsteward. Tevens was ik enkele jaren voorzitter van de tentoonstellingscommissie (1999-2002) en sinds 2009 ben ik er weer lid van en al meer dan tien jaar presenteer ik de Best-in-Show verkiezingen. Op elke show heb ik wel een kat bij mij, want een show zonder een eigen kat uit te brengen vind ik maar saai.  
Een bijzondere bijkomstigheid is dat ik via dit hobby heel veel mensen heb leren kennen in Nederland en in vele andere landen. Ook zijn enkele contacten uitgegroeid tot hechte vriendschappen die ondanks soms verre afstanden een verrijking zijn. 
Het fokken gebeurt bij mij op kleine schaal (2 tot hooguit 3 nestjes per jaar), waarbij ik hoog in de vaandel draag: geen kwantiteit, maar kwaliteit. Het showen vind ik nog altijd boeiend, vooral in het buitenland. Dan zie ik ook katten van andere fokkers uit heel andere lijnen, wat ik heel boeiend vind. En als ik dan thuis kom en mijn katten zie dan denk ik: zo slecht heb je het nog niet gedaan?